Participatie

Cultuurparticipatie is in de afgelopen jaren gedaald. Dat komt door het teruglopend aantal kunstbeoefenaars en de dalende verkoop van cultuurproducten zoals boeken en cd’s. Maar betekent dit dat er minder mensen aan cultuur doen? Niet per se, het lijkt er vooral op dat cultuurparticipatie een andere vorm is gaan aannemen. Denk aan het leren bespelen van een instrument via instructiefilmpjes op YouTube in plaats van op een muziekschool of het streamen van muziek in plaats van het aanschaffen van een cd. Ontwikkelingen die vooralsnog moeilijk in cijfers te vangen zijn. We kunnen drie trends onderscheiden.

Trend 1: De economische crisis

Tegen alle verwachtingen in had de economische crisis, die zich in 2008 in Nederland aandiende, voor de cultuursector niet alleen nadelige gevolgen. Een aantal onderdelen van de sector heeft er juist van geprofiteerd. Veel Nederlanders ruilden bijvoorbeeld een buitenlandse vakantie in voor dagjes uit in eigen land; een ontwikkeling waar vooral de grote musea en de bioscopen van profiteerden, met stijgende bezoekaantallen.  

Trend 2: Minder amateurkunst

Voor veel Nederlanders is vrije tijd een schaars goed. Tegelijkertijd is het aantal mogelijkheden om vrije tijd te besteden sterk toegenomen. Ook het aantal verschillende soorten activiteiten dat mensen in hun vrije tijd onderneemt, is gestegen. Dit wijst enerzijds op een verbreding in vrijetijdsbesteding, maar anderzijds op fragmentatie ervan. Er wordt minder aan amateurkunst gedaan, want het kost relatief veel vrije tijd om zowel lessen bij muziekscholen of centra voor de kunsten te volgen, als in de avonduren thuis te oefenen. Waar kunstencentra steeds minder cursisten en leerlingen hebben en zodoende ook hun marktaandeel in amateurkunstbeoefening zien verkleinen, bieden bijvoorbeeld Youtube tutorials over gitaarspelen voor veel jongeren een tijdbesparend alternatief. 

Trend 3: Digitalisering

Digitalisering heeft vergaande invloed op alle vormen van cultuurparticipatie. Veel traditionele vormen van cultuurdeelname maken plaats voor nieuwe vormen van digitale participatie. Via het internet kan je een museum virtueel bezoeken, kaartjes voor een voorstelling kopen of filmrecensies lezen, maar ook nieuwe muziek en films ontdekken via streaming diensten als Spotify en Netflix. Het internet is een grote speler geworden in de concurrentie om de vrije tijd van de Nederlander, en bijna de belangrijkste leverancier van muziek, films en TV-series. Digitale cultuurparticipatie is in sommige gevallen moeilijker te meten dan fysieke cultuurparticipatie. Wanneer reken je iemand als bezoeker? Reken je het aantal hits van een webpagina, de tijd dat men op een pagina blijft? 

Over de pijler participatie

Bij de pijler Participatie gaat het om de vraag naar of deelname aan cultuur. Participatie is één van de vier pijlers van de Cultuurindex en omvat cijfers over bezoek aan cultuurinstellingen, beoefening van amateurkunst, consumptie van cultuurproducten en draagvlak voor kunst en cultuur. Waar de categorieën bezoek en draagvlak een groei laten zien, is een overwegend dalende lijn zichtbaar in de categorieën amateurkunstbeoefening en consumptie van cultuurgoederen. Het totale indexgetal van participatie is na een korte periode van groei weer bijna op het niveau van 2005, namelijk 101 in 2013 ten opzichte van 100 in 2005. Hoewel er steeds meer aandacht is voor het stimuleren van cultuurparticipatie, zijn vraag (participatie) en aanbod (capaciteit) in de cultuursector soms niet helemaal in balans.

Kernindicatoren participatie

  1. Bezoek
  2. Beoefening
  3. Consumptie cultuurgoederen
  4. Draagvlak