Musea in Nederland ontvangen veel toeristen

Fondsenwerving voor cultuur – wat zijn de trends?
vrijdag, 14 oktober 2016

Nederlandse musea [i] verwelkomen veel toeristen. In 2015 vormen bezoekers uit het buitenland 28% van alle museumbezoekers (zie CBS 2016). CBS, de Museumvereniging en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) signaleren hierbij een stijgende lijn sinds 2009. Vooral grote kunstmusea boeken succes, zo blijkt uit cijfers over bezoek (uit binnen- en buitenland) en het daarmee samenhangende bedrijfsresultaat.

Meer toeristen in Nederland en in Nederlandse musea

Figuur 1 Aandeel buitenlandse bezoekers in totaal (Bron CBS en Museumvereniging)

Figuur 1: Aandeel buitenlandse bezoekers in totaalaantal museumbezoekers in 1991-2015 (Bron: CBS/Museumvereniging).

Musea in Nederland profiteren van de toestroom van toeristen, maar ervaren ook nadelen wanneer het toerisme terugloopt. In 2009 waren er na een periode van groei heel weinig toeristen in Nederland (zie CBS 2015), wat terug te zien is in een klein aandeel van buitenlandse bezoekers in alle museumbezoekers in dat jaar: 15% (zie figuur 1). De daaropvolgende periode, 2011-2015, laat weer een sterke groei zien in het aantal buitenlandse toeristen dat één of meer nachten in Nederland verbleef (zie CBS 2015). Het is dan ook niet verassend dat musea juist in deze jaren weer (relatief) meer toeristen verwelkomen (zie tabel 1). 

  2009 2011 2013 2015 [i]
Bezoekers uit binnenland (x1000) 18.734 17.977 19.490 23.760
Bezoekers uit buitenland (x1000) 3.304 5.160 6.994 9.349

Tabel 1: Aantal museumbezoekers uit binnen- en buitenland in 2009-2015 (Bron: CBS/Museumvereniging).

Welke musea zijn succesvol?

Maar welke musea plukken de vruchten van de toename in (inkomend) toerisme? Dat vooral grote musea succesvol zijn is bekend en, aangezien zij vaak gevestigd zijn in toeristische steden en het toerisme toeneemt, niet verassend. In 2015 was het bedrijfsresultaat van 82,5% van de grote musea (met meer dan 100.000 bezoekers) positief. Overigens gaat het hier wel om een klein aantal musea (zie CBS Statline).

CBS, de Museumvereniging en RCE laten daarnaast zien dat ook onder heel kleine musea (met minder 2500 bezoekers) redelijk veel organisaties (78%) een positief bedrijfsresultaat over 2015 noteerden, wellicht mede dankzij het groot aantal vrijwilligers dat bij deze instellingen werkt. Maar de musea die tussen de 10.000 en 100.00 bezoekers verwelkomden – dit geldt voor ongeveer een derde van alle musea – hebben vaker een negatief dan positief resultaat (zie figuur 2). 

Figuur 2 Aandeel musea met positief of negatief bedrijfsresultaat (bron: CBS en Museumvereniging)

Figuur 2: Aandeel musea dat een positief dan wel negatief bedrijfsresultaat had in 2015, naar aantal bezoekers (Bron: CBS/Museumvereniging).

Voor alle musea geldt dat subsidies een belangrijke bron van inkomsten vormen; in 2015 [i] omvatten subsidies 47% van het totaalinkomen van alle instellingen, waar dit nog 63% was in 2009. Publieksinkomsten zijn tegelijkertijd iets gestegen, van 14% van alle inkomsten in 2009, naar 20% van de inkomsten in 2015 (zie CBS 2015).

Verschillende musea vergeleken

Welke musea veel toeristen ontvangen, komt naar voren bij een vergelijking van musea met verschillende soorten collecties. Daaruit blijkt dat vooral beeldende kunstmusea veel buitenlandse bezoekers ontvangen; ruim één op de drie bezoekers (38,2%) woont buiten Nederland. Musea met een collectie op het gebied van natuurlijke historie zijn daarentegen juist in trek bij inwoners van gemeente waarin het museum gevestigd is; dit lokale publiek vormt ruim een derde van alle bezoekers (zie figuur 3). 

Figuur 3 Aandeel bezoekers uit buitenland of eigen of andere gemeente (bron: CBS en Museumvereniging)

Figuur 3: Aandeel bezoekers uit het buitenland, uit de eigen gemeente, of uit een andere gemeente in Nederland, naar type museum (Bron: CBS/Museumvereniging).

De bevindingen van CBS, Museumvereniging en RCE laten zien dat niet alle musea profijt hebben van het toerisme in Nederland. Maar zeker grote musea met een beeldende kunstcollectie zien een grote interesse onder het buitenlands publiek. En dat stimuleert, van alle musea gezamenlijk, de bezoekersaantallen.

Bron: CBS (2015) Buitenlandse toerist steeds belangrijker voor musea. Via CBS.nl

Bron beeld: Flickr / Erich2448

Noten:

[i] Diverse organisaties nemen het museumbestel in Nederland onder de loep, waarbij bovendien verschillende keuzes werden gemaakt over welke instellingen daar wel of niet bij hoorden. Wanneer is een organisatie nu een museum? Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Museumvereniging en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) zijn gaan samenwerken om het museumbestel opnieuw af te bakenen. Dit heeft als gevolg dat de resulterende ‘populatie’ kleiner was dan in de jaren daarvoor;  het aantal musea is teruggebracht van 799 naar 685 musea. Vanwege deze trendbreuk in de methode zijn cijfers over 2015 en voorgaande jaren niet goed vergelijkbaar.