Subsidies/overheidsbijdragen

Rijksoverheid, gemeenten en provincies spelen in Nederland een belangrijke rol in de subsidiëring van cultuur. De kernindicator subsidies en overheidsbijdragen laat ontwikkelingen in deze geldstromen zien.

In de periode 2005-2009 namen de overheidsbijdragen namen toe. Maar tussen 2009 en 2013* krimpen deze bijdragen weer. De bijdragen zijn in 2013 nog maar 4% hoger dan in 2005.

Naast subsidies van gemeenten, provincies en rijksoverheid, doet de overheid ook financiële bijdragen aan de kunst- en cultuursector via directe en indirecte belastinguitgaven. De directe belastinguitgaven laten eenzelfde trend zien als de overheidssubsidies. Daarbij is er tot 2009 sprake van toenemende of stabiele uitgaven, maar daalt het bedrag vervolgens weer. Deze belastinguitgaven komen zodoende zelfs onder het niveau van 2005 uit. De indirecte belastinguitgaven daarentegen zijn redelijk stabiel in de periode 2005-2013.

De algehele daling van overheidsbijdragen en subsidies aan de cultuursector is zorgelijk, aangezien in de cultuursector ook inkomsten vanaf 2009 dalen. Verschillende geldstromen krimpen.

* Gegevens over de overheidssubsidies aan kunst en cultuur zijn voor 2013 niet beschikbaar. Gegevens over 2012 zijn daarom genoteerd bij 2013.

NB. Alle cijferreeksen onder de pijler geldstromen gecorrigeerd zijn voor inflatie. Groei in de index is dus reële groei, en niet het gevolg van geldontwaarding.