Bezoek

In de kernindicator bezoek brengen acht indicatoren het bezoek aan culturele instellingen en diensten in beeld. Gemiddeld stijgen deze cijfers met 4% in 2005-2013. Enkele sectoren blinken uit in bezoekaantallen. 

De kernindicator bundelt cijfers over bijvoorbeeld het aantal theater-, bioscoop- of museumbezoeken, maar ook bijvoorbeeld het gebruik van openbare bibliotheken. De index van deze kernindicator laat een kleine groei zien sinds 2005, naar 104 in 2013.

Het aantal bioscoopbezoeken steeg opvallend snel tussen 2005 en 2013, met maar liefst 50%. De trend is deels het gevolg van een capaciteitsuitbreiding in de sector; bioscopen hebben gemiddeld meer zalen en stoelen. Musea laten ook een positieve ontwikkeling in bezoekaantallen zien: deze sector telde in 2013 35% meer bezoeken dan in 2005. Deze stijging is echter vooral te danken aan het succes van grote, bekende musea. Kleine en middelgrote instellingen trekken niet of nauwelijks meer publiek.

Daarnaast zijn bezoekcijfers voor musicals (podiumkunsten voorstellingen in de vrije sector) niet heel rooskleurig; dit indexcijfer daalde naar 71 in 2013. Over het algemeen ontwikkelt het bezoekaantal in de gehele podiumkunstensector zich niet langer in positieve zin; na een periode van groei is het indexcijfer in 2013 gedaald tot 96. Ten slotte hebben de openbare bibliotheken hebben hun ledental vrijwel stabiel weten te houden, maar neemt het gebruik van bibliotheekcollecties wel af.