Indirecte belastinguitgaven cultuur

In de periode 2005-2013 zijn de indirecte belastinguitgaven aan cultuur gestegen met 9% (na toepassing van inflatiecorrectie). De toename vindt vooral plaats tussen 2005 en 2007; in de jaren daarna blijven deze indirecte fiscale uitgaven redelijk stabiel.

De rijksoverheid steunt de kunst- en cultuursector met subsidies en directe en indirecte belastinguitgaven. Onder indirecte belastinguitgaven valt bijvoorbeeld het verlaagde BTW-tarief van 6%. Terwijl voor veel producten en diensten een BTW-tarief van 21% geldt, is het lagere tarief van toepassing op bijvoorbeeld concert- en festivaltickets, boeken, kaartjes voor museums en bioscopen, en dagbladen.

De lichte toename van indirecte fiscale uitgaven kan worden verklaard door het toenemende aantal bioscoopbezoeken en museumbezoeken. Ook festivals trekken heel veel bezoekers (zie: Hodes & Jenniskens 2015), en verkopen dus veel tickets tegen het verlaagde tarief. 

Bron: 

Rijksbegroting (hoofdstuk5), bewerkt door Sigrid Hemels en Henk Vinken.