Moeilijke arbeidsmarktpositie voor kunstenaars

Arbeidsmarktpositie kunstenaars (Bron: Pixabay, bridgesward)
6 november 2017

Nederland kent een rijke hoeveelheid kunstenaars, maar slechts een kleine hoeveelheid rijke kunstenaars. Zo zouden de nieuwe cijfers uit de Monitor Kunstenaars en afgestudeerden aan creatieve opleidingen 2017 kunnen worden samengevat. In dit onderzoek in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beschrijft het Centraal Bureau voor de Statistiek de arbeidsmarkt voor kunstenaars. De belangrijkste conclusie is dat de 141.000 kunstenaars in Nederland in 2014 gemiddeld weinig verdienden: 52 procent van hen had een inkomen van minder dan 30.000 euro, waar 35.000 modaal was.

Dit percentage is hoog vergeleken met de rest van de werkzame bevolking, en sinds de eerste uitgave van de Monitor bovendien nauwelijks veranderd. Van alle werkenden had in 2014 39 procent een inkomen lager dan €30.000, terwijl dit voor de werkenden op hetzelfde (hoge) beroepsniveau als kunstenaars maar voor circa 17 procent gold. [i] Een logisch gevolg is dat kunstenaars ook veel minder vaak aan de bovenkant van de inkomensverdeling terecht komen. De verschillen zijn echter kleiner als gekeken wordt op huishoudniveau. Dat lijkt te suggereren dat het inkomen van kunstenaars relatief vaak gecompenseerd wordt door dat van een partner of van andere huisgenoten. [ii]

Inkomen kunstenaars (bron: CBS)

Ook op andere gebieden is de arbeidsmarktpositie van kunstenaars ongunstiger dan die van de overige werkenden. Kunstenaars zijn iets vaker afhankelijk van een uitkering (6 procent tegenover 4 procent in de totale werkzame beroepsbevolking) en leiden veel vaker een – in potentie onzeker – bestaan als zelfstandige. Terwijl van alle werkenden 15 procent voornamelijk als zelfstandige werkt, is dit onder kunstenaars 62 procent, een percentage dat zowel in vergelijking met andere sectoren als met andere Europese landen hoog is. Toch valt dit te begrijpen: kunstenaars als schrijvers, schilders en componisten werken immers traditioneel al als individu.

Er zijn evenwel grote verschillen tussen groepen kunstenaars onderling. Van de beeldende kunstenaars heeft 85 procent een inkomen van 30.000 euro of minder, circa twee keer zoveel als de 43 procent van de ontwerpende kunstenaars die van dit inkomen rond moet komen. Cijfers over de uitkeringsafhankelijkheid en het percentage zelfstandigen bevestigen het beeld dat van alle kunstenaars, de arbeidsmarktpositie onder de groep beeldende kunstenaars het moeilijkst is.

Lees hier het hele onderzoek.

Bron beeld: Pixabay / bridgesward

Noten:

 [1] Bij de vergelijking met de beroepsbevolking op hetzelfde beroepsniveau lijkt echter niet te zijn meegenomen dat de gemiddelde leeftijdsopbouw onder deze groep duidelijk verschilt van die in de groep kunstenaars. Van de kunstenaars bevindt 37 procent zich in de twee jongste leeftijdscategorieën (tot 34 jaar). Van de werkenden in het hoge beroepsniveau is dit 30 procent. Omdat leeftijd en inkomen vaak samenhangen, is deze vergelijking daardoor niet geheel zuiver.

 [2] Naast de populatie kunstenaars bekeek het CBS de populatie afgestudeerden van creatieve hbo-opleidingen. Beide groepen komen niet precies overeen: niet elke afgestudeerde wordt kunstenaar, en niet elke kunstenaar heeft daarvoor een opleiding gevolgd. De populatie afgestudeerden laat echter net als de populatie kunstenaars een slechtere arbeidsmarktpositie ten opzichte van de totale werkende beroepsbevolking zien.

Trefwoorden: