Europees onderzoek belicht culturele arbeidsmarkt

onzekerheid domineert arbeidsmarkt cultuursector
14 september 2016

Waar Cultuurindex Nederland in De Staat van Cultuur cijfers over kunst en cultuur in Nederland belicht, geeft Eurostat in Cultural Statistics inzicht in Europese cultuurstatistieken. Deze zomer verscheen de derde editie van deze publicatie. Net als in de edities uit 2007 en 2011, analyseert Culture Statistics 2016 onder meer de arbeidsmarkt, participatie, digitalisering en internationale handel in de cultuursector. Daarbij bieden de gegevens over werkgelegenheid, gebaseerd op de verschillende nationale Labour Force Surveys, een waardevolle aanvulling op eerdere cijfers en bevindingen over de Nederlandse culturele arbeidsmarkt. Wat zijn de trends in Europa, en welke plaats heeft Nederland daarin? Werken in cultuur wordt veelal gekenmerkt door flexibilisering, in Nederland en daarbuiten, zo blijkt uit Culture Statistics 2016.

Werk in cultuur vergeleken met alle werk

In Cultural statistics 2016 hanteert Eurostat een tweeledige definitie van ‘cultural employment’; enerzijds kan men werkzaam zijn in de culturele sector (bijvoorbeeld bij een museum, bioscoop), anderzijds kan men een beroep uitoefenen dat een cultureel of creatief karakter heeft (bijvoorbeeld fotograaf, architect). Het totaal aantal mensen dat in 33 Europese landen [i] op één manier of op beide manieren ‘werkt in cultuur’, is in 2014 6,3 miljoen (zie Eurostat 2016). Cultuur heeft daarmee een aandeel van 2,9% in alle werk [ii] in Europa. In Nederland werken er 322 duizend mensen in cultuur, ofwel 3,9% van alle werkende personen; een relatief hoog percentage (zie tabel 1). Nederland is zodoende één van de zes EU-lidstaten waar het percentage hoger is dan 3,5%. De andere landen zijn Slovenië (3,6%), Denemarken (3,8%), Finland (3,9%), Zweden (4,1%) en Luxemburg (5,2%) (zie Eurostat 2016).  

  Aantal personen dat werkt in cultuur Aandeel in alle werkende personen
Europa [i] 6.273.000 2,9%
Nederland 322.000 3,9%

Tabel 1: Deel van werkende personen dat werkt in cultuur. Bron: Eurostat 2016.

Een belangrijk thema in het debat over werkgelegenheid is de arbeidspositie van vrouwen. Eurostat constateert daarbij dat iets minder dan de helft van alle werkende personen vrouw is (46%) (zie Eurostat 2016). Cijfers over werk in cultuur tonen een vergelijkbaar percentage vrouwen: 47%. In Nederland is het aandeel van vrouwen in de culturele arbeidsmarkt echter lager dan 45%, én zijn vrouwen bovendien in de cultuursector relatief ondervertegenwoordigd; het aandeel vrouwen in de cultuursector blijft namelijk achter op het aandeel vrouwen in de gehele arbeidsmarkt. Ook in Frankrijk, Spanje, Cyprus, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland is dit het geval (zie Eurostat 2016).

Trends in 2008-2014 

Het aantal werkende personen laat echter niet zien hoe dit deel van de arbeidsmarkt zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld. Cijfers van Eurostat laten in de jaren na de economische crisis een krimp zien in de gehele arbeidsmarkt [iii]; in 2008-2010 daalde het aantal werkende personen met 1,4% (zie Eurostat 2016). Opvallend is echter dat voor deze periode de cijfers over aantal werkenden in de cultuursector in veel landen stabiel zijn. Er werd zelfs een gemiddelde stijging van 0,7% geconstateerd.

In de daaropvolgende periode (2011-2014) groeide het aantal werkende personen in de Europese landen gemiddeld met 0,3%, waarbij het aantal personen dat in cultuur werkt, gemiddeld zelfs met 1,3% toenam (zie Eurostat 2016) [iii]. De cijfers suggereren hiermee dat ten tijde van de economische crisis, de culturele sector veerkrachtig is. De Europese cultuurstatistieken laten echter voor Nederland en andere landen niet zien of de werkgelegenheid ook feitelijk groeit. Zo wordt er in Nederland weliswaar een groei in het aantal banen geconstateerd, maar laat nader onderzoek zien dat de arbeidsmarktpositie van veel mensen onzeker is (zie Onzekerheid domineert arbeidsmarkt cultuursector). Mensen werken wellicht minder uren, of hebben vaker tijdelijke dienstverbanden. Om dergelijke, onderliggende ontwikkelingen voor Europa in kaart te brengen, worden in Culture Statistics 2016 twee beroepsgroepen uitgelicht: schrijvers (auteurs, journalisten en linguisten) en kunstenaars (beeldend kunstenaars, dansers, acteurs, etc.).

Arbeidsmarktpositie van schrijvers en kunstenaars

Uit het aanvullende onderzoek van Eurostat naar schrijvers en kunstenaars, blijkt dat de helft van deze personen zelfstandig werkzaam is (49%), terwijl van alle werkenden in de betreffende landen slechts een op de zes (15%) zelfstandig werkt (zie Eurostat 2016). In Nederland is het percentage zelfstandig werkende kunstenaars en schrijvers nog hoger: 65% (zie tabel 2). Het soort beroep is ten dele verantwoordelijk voor het grote aantal zelfstandig werkende schrijvers en kunstenaars (zie: Onzekerheid domineert arbeidsmarkt cultuursector). Dat zelfstandig ondernemen gaat echter wel gepaard met inkomensonzekerheid. Dit is zeker het geval nu er veel freelancers werkzaam zijn, die allen concurreren om dezelfde opdrachten en zodoende weinig ruimte hebben om te onderhandelen over inkomsten (zie: Onzekerheid domineert arbeidsmarkt cultuursector).

  Deel van alle werkende personen dat zelfstandig werkt Deel van alle schrijvers en kunstenaars dat zelfstandig werkt
Europa [i] 15% 49%
Nederland 16% 65%

Tabel 2: Deel van alle werkende personen dat zelfstandig werkt. Bron: Eurostat 2016.

Niet alleen zelfstandig werken komt vaker voor onder kunstenaars en schrijvers in Nederland en daarbuiten; ook parttime dienstverbanden zien we vaker bij deze beroepsgroepen. Waar 20% van alle werkende personen in de onderzochte Europese landen een parttime dienstverband had, was dit 30% onder schrijvers en kunstenaars (zie Eurostat 2016). In Nederland is dit laatste percentage opvallend hoog, namelijk 58%. Hier heeft echter sowieso een heel groot deel van alle werkende personen een parttime dienstverband (zie tabel 3).

  Deel van alle werkende personen dat parttime werkt Deel van alle schrijvers en kunstenaars dat parttime werkt
Europa [i] 20% 30%
Nederland 50% 58%

Tabel 3: Deel van alle werkende personen dat parttime werkt. Bron: Eurostat 2016.

In Nederland heeft bovendien 21% van de schrijvers en kunstenaars twee of meer banen, waar dit slechts 8% is voor alle werkende personen in Nederland (zie Eurostat 2016) (zie tabel 4).

  Deel van alle werkende personen dat meer dan één baan heeft Deel van alle schrijvers en kunstenaars dat meer dan één baan heeft
Europa [i] 4% 10%
Nederland 8% 21%

Tabel 4: Deel van alle werkende personen dat meer dan één baan heeft. Bron: Eurostat 2016.

Bovenstaande resultaten bevestigen de conclusies van de SER en Raad voor Cultuur; in de culturele sector hebben veel mensen een onzekere arbeidsmarktpositie. Zij hebben bijvoorbeeld verschillende dienstverbanden, of werken als freelancer om rond te kunnen komen (zie: Onzekerheid domineert arbeidsmarkt cultuursector).

Daarbij moet wel worden opgemerkt dat het onderzoek van Eurostat slechts twee beroepsgroepen in kaart brengt. Of trends in deze vakgebieden ook elders aan de orde zijn, is niet zeker. Niettemin voorzien de cijfers over schrijvers en kunstenaars in een verdieping van de algemene trends in de culturele arbeidsmarkt. Op deze manier schetst Eurostat in Culture Statistics 2016 diverse ontwikkelingen in de Europese culturele sector. Enerzijds is er een groei in het aantal personen dat werkt in cultuur, anderzijds hebben meer mensen een onzekere arbeidsmarktpositie.  

In de komende maanden zal Cultuurindex Nederland verschillende hoofdstukken uit de derde editie van Culture Statistics 2016 uitwerken in artikelen en publiceren op deze website.   

De volledige publicatie Culture Statistics 2016 is hier te downloaden.

[i] Het gaat hier om 28 lidstaten van de EU, Macedonië en Turkije (beide kandidaat-lidstaten), en Noorwegen, IJsland en Zwitserland (leden van de Europese Vrijhandelsassociatie).

[ii] Waar Eurostat het aantal werkende personen vastlegt, wordt in de Cultuurindex Nederland het aantal banen gemeten. Dit heeft als gevolg dat bijvoorbeeld een persoon die twee banen heeft, in de cultuurindex voor twee eenheden meetelt, en in Eurostat voor één. Voor de cultuurindex is bovendien gebruik gemaakt van een bron die personen met een cultureel beroep, maar zonder dienstverband in een culturele organisatie niet meetelt.

[iii] NB: Eurostat maakt melding van een trendbreuk in de gegevens over Nederland. Deze trendbreuk heeft deels te maken met een veranderde dataverzameling via de Enquête Beroepsbevolking Nederland in 2010 en in 2012. Bovendien is er in 2012 overgestapt op een ander systeem om beroepen en bedrijven te classificeren (zie p. 71 van Culture Statistics). Er is zodoende voorzichtigheid geboden bij het interpreteren van ontwikkelingen in Nederland in 2009-2010 en 2012-2013. Trendbreuken in data worden ook voor andere landen (in de genoemde en andere jaartallen) gemeld, zie ook de publicatie voor een specificering hiervan.

Bron: Eurostat (2016) Culture Statistics. Luxemburg: Publications office of the European Union. Via Bibliotheek Boekmanstiching.

Beeld: Flickr / Nathan Russell

Trefwoorden: